Verwondering en onderwijs

lumion.jpg

Kort geleden kregen we bij VTS Nederland de vraag of we op het Lumion, een middelbare school in Amsterdam, een workshop wilden geven over VTS en verwondering. Deze school bouwt aan vernieuwend onderwijs, en elke les (die een dagdeel duurt) begint met een verwondersessie. Daar zeggen ze zelf over: ‘Dat betekent dan onze docenten dan de les zo geven dat de leerlingen intrinsiek gemotiveerd raken en bijna niet door hebben dat ze aan het leren zijn.’ Het verzoek was of wij hun docenten tools en inspiratie konden bieden om hun verwondersessies nóg beter te maken. Dat vonden we een superleuke vraag. Heel stimulerend om via verwondering opnieuw te kijken naar dat wat we zo goed kennen! Ik, Adelijn van Huis, gaf de workshop, en voorafgaand woonde ik de lezing bij van een andere gast, Anders Schinkel. Hij doet onderzoek naar verwondering en leerprocessen.

‘Verwondering is de motor van alle onderzoek’ en tegelijkertijd brengt verwondering ons in contact met het mysterie van ons bestaan. Schinkel haalde een prachtig gedicht van Rainer Maria Rilke aan ‘Ich furchte mich so’ waarin kennis en het (talige) begrijpen van de wereld, geplaatst worden tegenover het verwonderen, en de sprakeloosheid die daarbij kan horen. Rilke verwoordt de angst dat de verwondering zal bezwijken onder het weten.

Schinkel onderscheidde twee typen verwondering. De eerste is een actieve onderzoekende vorm. Daarin staat de drang om te onderzoeken, te begrijpen en te verklaren voorop. De tweede is een diepe, contemplatieve vorm van verwondering en die wordt gekenmerkt door onbevattelijkheid. Welke plaats kan deze vorm hebben in het onderwijs? Diepe verwondering raakt aan een spirituele ervaring. Wie zijn wij, waarom zijn we er? Het doet ons beseffen dat we niet alles kunnen weten. Het roept bescheidenheid op. Deze verwondering doorbreekt vanzelfsprekendheden, maakt open, en creëert ruimte voor nieuwe mogelijkheden.

En waar zit nu de verwondering die VTS ruimte wil geven en stimuleert? Philip Yenawine, de grondlegger van VTS, beschrijft hoe zijn kleindochter zich van alles afvraagt en eigenlijk geen antwoorden verwacht, maar ‘permission to wonder’ wil. En dat die ruimte om zich te verwonderen ook is wat bezoekers van het MOMA nodig hadden. Je bevindt je tegenover iets vreemds, het onbekende, en hoe kan je je daartoe verhouden? Op dat terrein helpt VTS als instrument. Het nodigt je uit verschillende perspectieven te verkennen en te onderzoeken. Eerst in de context van kunst met behulp van een groep en facilitator, later op allerlei gebieden, met anderen en in je eentje. 

Wat Schinkel in zijn presentatie kort aanraakte is het verband dat hij ziet tussen verwondering en liefde. Liefde voor je vak, liefde voor een persoon. Juist het niet helemaal kennen van de ander, of het andere, het mysterie, maakt dat je ernaar toe getrokken wordt, en blijft. Bij VTS neemt het kunstwerk die plaats in, van datgene dat verwondering oproept. VTS nodigt je uit je te verbinden met dat wat je nog niet kent. En misschien wel nooit helemaal kunt kennen. Kunst is meerduidig, er is niet één juiste lezing. In die zin sluit ook het gebruik van kunst goed aan bij de wens tot het aanspreken van verwondering.

Toen ik later aan de docenten in mijn workshop vroeg of hun leerlingen zich verwonderen, antwoordden zij dat hun leerlingen zoeken naar hun eigenheid. De diepe, contemplatieve verwondering hoort daarbij. En nee, ze verwonderen zich niet allemaal. En ja, de docenten proberen het te laten groeien. Vooral door hun eigen verwondering voor hun vak te koesteren en voor te leven. Wat ik nu zo mooi vind van een VTS gesprek voeren met docenten en daarop reflecteren, is dat de verwondering over het mysterie van lesgeven zo voelbaar aanwezig is!

Meer info over het onderzoek van Anders Schinkel: https://wonderfuleducation.eu/
Meer weten over het Lumion: https://lumion.amsterdam/

Adelijn van Huis