Kunst en IKEA

MW-FC497_ikea12_ZG_20161221141940.jpg

Mijn eerste keer VTS, dat was in Amsterdam, in het Stedelijk Museum, en ik ging mee omdat ik nieuwsgierig was naar het werk van mijn oude studievriendin Adelijn. Zij gaf rondleidingen, om aan de kost te komen, naast haar praktijk als kunstenares. Ik had toen weinig ervaring met het kijken naar kunst, en de keren dat ik in een museum naar moderne kunst had gekeken kon je werkelijk op een hand tellen. Vooral moderne kunst was voor mij, stiekem (want dat zei ik natuurlijk niet tegen haar), eigenlijk iets 'voor andere mensen', voor mensen die kunst snappen, die dingen weten van kunst.

En oudere kunst, tja, vanwege mijn opleiding als historica, was ik altijd geneigd dingen in een museum historisch te willen ontcijferen en plaatsen. Wat is het, van wanneer dateert het, wie heeft het gemaakt, waarom of voor wie.... Dus probeerde ik altijd zo veel mogelijk de bordjes te lezen bij alles. Dat maakte het museumbezoek net zo vermoeiend als wanneer je spulletjes gaat kijken bij IKEA of de Vrijbuiter: alles bekijken, overwegen of het wat is, prijzen, kleuren, kwaliteiten en afmetingen proberen te onthouden zodat je er nog even rustig over na kunt denken bij een kop koffie in het café. Alles even laten bezinken en bijtanken, want daar ben je hoognodig aan toe na het informatiebombardement dat je jezelf hebt toegediend. Met je hongerige blik.

Ik denk dat ik na zo'n winkelbezoek, zo'n levende wandeling door de catalogus, in 90% of meer van de gevallen niets kocht. Dat ik met lege handen naar huis ging. Ook al ging ik er heen omdat ik een bureaulamp en een pennenbakje wilde uitzoeken.  En waarom? Omdat ik er dan zat van was. En moe. Te veel gezien. En als ik erover nadacht wat ik gezien had, en een keuze wilde maken, bij de koffie, de keuzes langs wilde laten paraderen, alle plaatjes en details, dan mixte alles door elkaar, via een kleurrijke wervelende draaikolk tot een onaantrekkelijk armoedig soepje. (En trouwens, van de keren dat ik wel iets kocht, heb ik in een groot deel van de gevallen de spullen later teruggebracht. Viel thuis tegen. Had ik mijn begeerde aankoop blijkbaar toch niet echt goed bekeken.)

Ja, voor mij is zo'n winkelbezoek vergelijkbaar met 'een museum doen'. Je wilt alles bekijken maar hebt uiteindelijk weinig gezien. Van de ervaring in het Stedelijk Museum met VTS leerde ik dat het ook anders kan. En dat dat zelfs helemaal niet zo ingewikkeld is. Als het om kunst gaat, tenminste! Want: ik wist wat ik zag, ik hoorde van anderen wat zij zagen, soms heel andere dingen dan ik, maar elke waarneming die te berde werd gebracht, verrijkte en verruimde mijn blik en het beeld als geheel. Soms in de breedte, soms in de diepte, en soms kantelde alles en kwam er voor mij ineens een nieuw beeld tot stand door de samengevoegde observaties. We keken onder meer naar een werk van Constant.

Door VTS leerde ik dat het kijken naar kunst ook voor mij is weggelegd, en ik leerde (en leer) er beter door kijken. Rustiger. Met meer vertrouwen, en in de wetenschap van de beperking van mijn waarneming. Je kunt nu eenmaal niet alles zien!  Ik kan nu mijn eigen waarneming meer op waarde schatten. En ik weet dat je om naar kunst te kijken niet van alles hoeft te weten wat je niet weet. En dat je niet van alles hoeft te snappen wat je niet snapt. En dat je niet meer nodig hebt dan wat je al in huis hebt: je ogen, je oren, je woorden en het geduld om samen met anderen te kijken. En dat als je daarna naar huis gaat je weet wat je gezien hebt, en je niet armer, maar rijker voelt.

Laurens Krüger, KIJKJEZIEN/ denken met kunst

Adelijn van Huis